Zoeken
  • alegria-school

Van destructie naar creatie

Mijn weg naar het leren hanteren van mijn ware kracht.


Basta!

Ik heb er genoeg van!

Nee!? Zeg ik dit?! Wát een power in deze woorden!

Niet de meest vertrouwde zinnen voor mij. Als zeer aangepast en ‘doe- maar- lief -dan -krijg -ik misschien- wat- ik- nodig- heb- meisje’ is bovenstaande uitspraak natuurlijk geen dagelijkse kost. Laat staan dat ik het ooit eerder ècht uitsprak. Ik dùrfde het niet eens uitspreken.


Jong geleerd, oud gedaan

Die kracht vanbinnen wàs er wel. Natuurlijk voelde ik als jong meisje wel eens boosheid, of iets waar ik genoeg van had. Maar ik heb al jong geleerd om mijn (toen nog onbewuste) behoefte aan met name veiligheid te vervullen door lief, aangepast en ingehouden te zijn. En door te zorgen voor iedereen. In de stille hoop dat ik dan zou krijgen wat ik zo verlangde: liefde.


Vulkaan opbouwen

Later, na mijn puberteit, vond ik in de spiritualiteit veel aanwijzingen dat liefde toch wel “je-van-het” is; het antwoord op alles en dat ik daarvoor moest gaan. Boosheid was, zo dacht ik toen, toch echt wel een laagfrequente, aardse emotie, die, zoals ik aannam, hier niet welkom was.


Nog verderop in mijn 20-er en 30-er jaren leerde ik in de PRI (past reality integration) dat ik de pijn ònder de boosheid had te voelen. Mijn projectie had terug te halen, en “IK” heb te leren zeggen tegen de pijn en de projectie. En dan vervolgens mijn ‘volwassen’ behoefte op een geweldloze manier te communiceren. Daar kon ik me zó helemaal in vinden! Wát een weg ging ik hierin en wat bracht het me veel. Vooral bracht het me dichter bij mij.


Rond mijn 30ste leerde ik in een Cursus in Wonderen dat haat de grondpijn is èn de brandstof van het ego, en dat vergeving (liefde) het antwoord is op die haat (boosheid is haat is geprojecteerde angst). De Cursus maakte me duidelijk dat er maar twee vormen van expressie bestaan: een expressie vanuit liefde en een vanuit angst (haat). En dat het doel is om het onderscheid te leren, om de roep om liefde te leren horen in alles en iedereen. Voor mijn ziel voelde en voelt dit nog steeds, tot op de dag van vandaag, als zinderende waarheid. In het beoefenen van de Cursus ervaar ik daadwerkelijk wonderen (wat een verschuiving is in de staat van angst naar liefde). Maar…..ik merkte (vooral achteraf) dat ik vaak nèt iets te snel over die ‘laagfrequente, aardse emotie’ boosheid heen bewoog. Spirituele-bypass noemen ze dat geloof ik. Want ja, die wilde ik niet…dat hóórt niet….

Die moet weg.


Gaandeweg kwam ik er dus achter dat ik te snel over mijn boosheid heen bewoog. Ook begon ik het steeds lastiger te vinden het achterste van mijn tong te laten zien. Èn omdat alles door de PRI-en geweldloze communicatie- filters ging verloor ik toch ook zoveel kracht.... Zoveel van mij niet gevoeld, niet erbij.


En tegelijkertijd bouwde zich deep down in mij ook een grote kracht op, een soort vulkaan. Want die boosheid wil toch een weg vinden. Het wil uitgedrukt worden. Gevoeld worden. Bezield worden.

Die boosheid, die geen uitdrukking vond door mij heen, is toen naar binnen geslagen.

Het richtte zich tegen mezelf, en voedde mij. Niet met liefde, maar met schaamte, schuld en angstige gedachten. Kortom: zelfhaat. Wat overigens óók gewoon projectie is. Het maakt in de kern niet uit of ik het op de buitenwereld richt, of op mijzelf. Ik ben gaan geloven (en nog steeds ben ik me hiervan aan het bevrijden; het is de grondtoon van het ego…): ’Ik ben niet OK.’

Tja…. waar had die energie anders heen gemoeten? Als ik hem niet op de wereld kon projecteren, iemand anders er schuldig aan maken, dan moest ik hem wel op mezelf projecteren en mezelf schuldig maken. Dat is het simpele werkingsmechanisme van projectie. Toch, Freud?


‘Nee’

Met het opbouwen van die kracht -lees: vulkaan- in mij, die ik niet durfde voelen, niet durfde zien, vertrok ik ook met mijn aanwezigheid uit de onderste regionen van mijn lijf. De plek waar mijn creatiekracht zou moeten zitten (bekken/baarmoeder) werd een plek van schuld en zelfhaat. De enige oplossing hiervoor was om energetisch uit dat gebied te ‘vertrekken.’


Mede door mijn gevoel van onveiligheid, wat ik al lang meedroeg, en de niet gevoelde boosheid ontstond een leegte in het onderste deel van mijn lichaam. Met diep daaronder een vulkaan, in de vorm van een enorme pijn van schuld en zelfhaat. Mijn diepe, diepe ‘nee’ naar het leven.


Antikraak

Die leegte werd, onbewust, opgevuld met de ‘energieën’ van autoriteiten buiten mij.

Ik was een soort anti kraak woning geworden. Ik stond halfleeg en werd bewoond door andermans opvattingen, oordelen enzovoorts.

Het werd koud in dat deel van mij, een bevroren toestand in dat gebied. Ik kon ook niet goed meer onderscheiden wat van mij was en wat van de ander. Want als je niet weet hoe jij zelf voelt, hoe leeg je bent, hoe weet je dan of er andermans energieën bij je binnensluipen? Ik werd een soort spons en mijn houding ten opzichte van het leven was: “ik weet het niet, ik moet het iemand anders vragen”. Ik zocht de autoriteit, de liefde, de bezieling buiten mezelf.

Ach, hoe kon ik ook anders? En eigenlijk was ik stiekem weer precies zover als toen ik dat kleine meisje was. Alleen nu dan vanuit een spirituele ambitie. Waar overigens niets mis mee is, en wat me heel veel heeft gebracht, nog steeds. Maar ik zocht nog steeds de liefde buiten mij.

En langzaam, met het wakker worden hierin, begon ik te verlangen, diep te verlangen naar mij. Naar ‘ik’. Naar intimiteit met mezelf.

Ik miste….míj.


Uitbarsting

Die vulkaan, die leegte en koude die steeds meer voelbaar werd, tegelijk met een steeds groter groeiend en intens verlangen naar mij, kwam langzamerhand in beweging.

Dat ging dus niet zomaar ineens. Het bleek zelfs een proces van jaren. Onder andere dankzij de vroeggeboorte van ons zoontje Tobias (stil geboren) werd ik bewuster en bewuster van de koude in mij, met name in de onderste regionen van mijn lijf, mijn ‘antikraak-buik’. Gaandeweg begon ik wat te leren over ‘warmte toevoegen’ (ik had en heb een geweldige acupuncturiste die me hiermee helpt). Ik begon liefdevoller te zorgen voor mij. Naast de fysieke veranderingen begon ik mij bewust te worden van de pijnlijkheid van mijn eigen ruimte weggeven. Hoeveel pijn dat deed. Ik begon meer en meer liefdevol met mezelf om te gaan. De bevroren toestand in mij begon te smelten. Ík begon te smelten.

En met elk groeiend bewustzijn/lichtstraaltje op de pijn, kwam er meer beweging in die vulkaan en ontstonden er meer en meer barsten. En afgelopen zomer begon de vulkaan echt open te breken, met een enorme “Basta” die ik voelde.


Die ‘Basta’, die uit mijn bekken kwam, had er schoon genoeg van.

Genoeg van wachten en uitreiken en willen. Genoeg van haar ruimte opgeven, genoeg van haar ruimte vullen met anderen, met wijsheden van anderen, levensvisies van anderen. Genoeg ook van zelfhaat en steeds maar dood willen. Basta! Ik wilde leven, míjn leven! Ook al wist ik niet hoe dat zou zijn en waar te beginnen.


Toen herinnerde ik mij Rumi’s woorden over ‘verlangen’. Hij schreef: “Als je wilt dat mensen een schip voor je bouwen dan moet je ze intens laten verlangen naar de zee.”

En zo werd dat ene intense verlangen naar ‘mij’ de brandstof om, ipv op een destructieve manier, op een opbouwende, creërende manier naar die innerlijke vulkaan van kracht te kijken.


Ik begon bij het begin met mezelf te vragen wat deze ‘basta’ van mij nodig had.

Er diende zich meteen een klein meisje in mij aan dat me vrij direct vertelde wat ze nodig had: ze had míj nodig! Míjn toewijding aan wat ik voel.

Mijn intuïtie/gevoel is als een eerste natuur voor mij (nog voordat mijn hoofd iets weet of snapt weet mijn intuïtie het). Daar op leren en durven vertrouwen is nog steeds ‘work in progress.’



Van “nee, laat maar” naar: “ja, ik wil”

Ik begon te voelen dat ik een soort innerlijk zwaard bij mij draag. Enkele jaren geleden had iemand mij daarop gewezen, maar ik wist toen niet hoe dat zou voelen. Het is een zwaard zoals dat van Sint Michaël, een zwaard van waarheid, wat lossnijdt wat niet meer dienend is: oude beperkende overtuigingen, zelfhaat, mijn gevoel van schaarste en afhankelijkheid. Ik leer langzaamaan dat innerlijke zwaard te hanteren. Het is een diamanten zwaard, omdat het kristalhelder is, wáárachtig, scherp en tegelijk totaal liefdevol. De kracht van destructie die ik altijd vreesde en waarom ik dat zwaard niet durfde hanteren, maakt langzaamaan plaats voor de kracht van vertrouwen in het leven, die langzaam in mijn onderste regionen wakker wordt, groeit en sterker wordt. De weerstand tegen het leven, de diepgewortelde ‘NEE’ en ‘laat maar’ maakt stap voor stap plaats voor ‘JA’ en ‘ik wil’, in de zin van ‘alles is welkom hier’. Een ‘JA’ naar het leven. Ik realiseerde me waar die boosheid ten diepste over gaat: over mij en mijn intense verlangen naar mezelf. Naar ruimte voor mij en mijn scheppingskracht. De ‘NEE’ was dus eigenlijk een vermomde ‘JA, ik wil Leven!’


Haat

Het grote verlangen naar ‘mij’, maakte dat het leven, dat alleen maar dienstbaar is aan mijn groei, me de laatste tijd tal van groeikansen bracht om mijn boosheid niet in te houden en op mezelf te richten (zelfdestructie, zelfhaat, depressieve gevoelens), maar in eerste instantie naar buiten toe te richten. Niet meer inhouden, maar toelaten.

Poeh, er kwamen pittige uitdagingen op mijn pad. Ik oefende flink met boosheid toelaten, en het voelen van die enorme energie. Om de primaire haat maar gewoon eens te vóelen. De lelijkheid, de Lilith, in mij niet wegstoppen, maar echt de omvang van de haat onder ogen zien. En de pijnlijkheid ervan...

Ik leer dat het toelaten en voelen van boosheid echt tijd vraagt. Het vraagt dat ik ernaar luister en het serieus neem, het de tijd geef om het zich helemaal te laten ontvouwen.


Een Cursus in Wonderen zegt ook ergens heel liefdevol dat we geen treden van de ladder naar ontwaken kunnen overslaan. Daarmee bedoelt het dat alles ertoe doet. Dat we geen genoegen hoeven te nemen met een ‘bypass’. Dat we niet verder hoeven zijn dan we zijn en dat er op elke laag een liefdevolle hulp is te vinden. En tevens leert het ons om niets aan lelijkheid of donker te ontkennen of weg te stoppen, maar in plaats daarvan helemaal wáár te laten zijn wat er is. Dus juist ook die schaduwkanten, onze weerstand, onze angst en onze haat, wat in de kern allemaal hetzelfde is.


Alchemistisch proces: genade

Ik ontdekte dus dat de boosheid ertoe doet. Hè, hè, wát een ontdekking: ze mag er helemaal zijn en hoeft niet weg!

De boosheid kan juist een enorm hulpmiddel zijn om onderscheid te maken, grenzen te voelen en te trekken, mijn ruimte af te bakenen, zodat er ook onderscheid gemaakt kan worden tussen ‘mijn en dein’. Het helpt ons om de totale omvang van de haat in ons onder ogen te komen. Want die haat is in ons allemaal. Vaak weggestopt, omdat zoveel lelijkheid ‘niet mag’ en ook bijna niet te verdragen is..…

De boosheid heeft dus een verborgen zegening is zich: er schuilt een enorme kracht in, die in staat is weelderige werelden te bouwen, mits we deze power kunnen omzetten naar scheppende kracht. Wat een genade!


Wat ik gaandeweg leer(de) was dat ik me kan bevrijden van boosheid (en dus ook van naar binnen geslagen depressie) door hem helemaal mee naar binnen te durven nemen; door hem verticaal te maken ipv horizontaal. Er “IK” tegen te zeggen.

Op het vuur van ‘basta’ gooien ipv projecteren. Het helemaal meenemen naar de kern. Want wat ik me realiseerde is dat waar die boosheid ten diepste over gaat is over mij, en mijn intense verlangen naar mij. Naar ruimte voor mij en mijn scheppingskracht.

Want boosheid an sich, zonder horizontale projectie, is een zeer zuivere energie die een parel aan wijsheid en power in zich heeft en die verloren gaat indien het niet toegelaten en gevoeld wordt. Hij moet mee naar binnen, om de parel eruit te kunnen extraheren. Het is puur een alchemistisch proces, waarbij we niet het kind met het badwater weggooien en zo snel mogelijk van lager frequente emoties af willen. Maar deze juist mee naar binnen nemen, verticaal maken, de behoefte erin voelen, de grens, het ‘mijn en dein’ onderscheiden en vooral de fysieke power in ons bekken en buik voelen: we gebruiken het als brandstof, brandstof voor een energetische, verticaal gerichte pijl: een kernachtige verticaliteit, een IK. Die weet wat ze wil. Voor wie een ‘ja’ een ‘ja’ is en een ‘nee’ een ‘nee’. En die daar trouw aan is.



Boosheid bezielen is de opdracht

Als je na het lezen van deze eerste blog ook geïnspireerd bent en je je kracht wilt bevrijden uit je boosheid, en uit de krochten van je ziel opdiepen, dan kun je misschien beginnen met eerst letterlijk meer warmte toe te laten in je buik. En misschien daarvoor hulp zoeken bij b.v. een goeie acupuncturist.


Het is daarnaast ook belangrijk helderheid te krijgen en licht te laten schijnen op wanneer je in een destructief patroon vervalt, zoals oordelen, sarcasme, cynisme, geen vertrouwen in het leven en zelfs een ‘ik- wil-nu-dood-wens.’ Krijg helderheid over wanneer je jezelf verlaat, je ruimte opgeeft, en kijk hier met liefde naar. Dus niet oordelen, maar gewoon opmerken. Dan kun je op een gegeven moment, omdat je meer en meer voelt in je onderbuik, daar letterlijk meer aanwezig bent, de boosheid door je heen laten gaan. Hem gaan ervaren voor de kracht die het is. Dus niets willen fixen, oplossen of weg hebben. Alleen ervaren. Punt.

Je kunt, vooral als je begint aan dit proces, de (fysieke en energetische) energie leren toelaten en in je buik en bekken die energie, die levenskracht gaan voelen.

Die boze vulkaan is eigenlijk een soort gestolde en bevroren, koude levensenergie. Die levensstroom, ook wel kundalini of shakti-energie genoemd, wil weer tot leven komen. Het begint met een zachte zoem, een tintelend, bruisend gevoel. Pure levenskracht in uitwerking. Ze wil dat jij je weer helemaal vult met jou. Ze vraagt om niets anders dan jouw bezieling! Totaal. Ze is leven: jouw leven! Jouw ‘ja’ naar ‘ja ik wil….LEVEN!’

7 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven